Korte geschiedenis van Amersfoort

Amersfoort krijgt stadsrechten

In de eerste helft van de 12e eeuw sticht de bisschop van Utrecht een hof(stede) op de plaats van de huidige Sint Joriskerk. Vanuit dat hof ontwikkelt hij het moerasgebied ten oosten van Amersfoort. De komst van een hof trekt handel en nijverheid aan. Een pre-stedelijke ontwikkeling komt op gang rond hof en voorde.

In 1259 besluit de bisschop van Utrecht, Hendrik van Vianden, het gebied stadsrechten te geven. Amersfoort kreeg daarmee een aantal privileges, het mocht o.a. een stadsmuur ter verdediging bouwen. Deze muur was gereed ± 1300 (lengte 1550 m. en de oppervlakte van de stad 21 ha.). De stad had naar schatting toen ca. 1000 inwoners.

In de 14e eeuw groeide het aantal inwoners en werd een tweede ommuring gebouwd. Deze kwam gereed in 1451, met een lengte van 2850 m. en 68 ha. oppervlakte van de stad. De stad was gegroeid naar ca. 4000 inwoners op het einde van de 15e eeuw. De muren hebben de stad beschermd tegen de vele aanvallen in de middeleeuwen, vooral vanuit Gelre.

Met de bouw van de tweede muur werd de eerste muur overbodig en daarom gesloopt. Van deze muur resteert alleen de Kamperbinnenpoort en de Dieventoren (voormalige gevangenis).

Op de fundering en deels met de stenen van de eerste muur werden de bekende Muurhuizen gebouwd. Hoewel de twee muren zijn verdwenen is het stratenpatroon uit de 14e/15e eeuw nog steeds herkenbaar in de binnenstad.
Terug Verder